Het valt nog niet mee mensen uit te leggen wat Ubuntu Contributionism  is. Als je begint over een community waar iedereen zijn steentje bijdraagt en waar geld geen rol meer speelt, wijzen de mensen nog net niet naar hun voorhoofd, maar je hoort ze wel denken: “Wat een naïeveling”.

Maar is het echt zo’n naïef idee?

De deur op een kier

Ik denk nog wel eens terug aan de kanarie die een paar weekjes is komen logeren. Ik kon het niet aanzien, zo’n beestje opgesloten in zijn kooi, dus ik zette het deurtje voorzichtig open.

Het arme beestje dacht echt dat de wereld buiten de tralies ophield te bestaan. Ik heb heel wat in werk moeten stellen om het beestje uit zijn kooi te krijgen. Met een stukje fruit dat iedere dag iets verder uit zijn kooitje lag heeft hij uiteindelijk zijn angst voor het onbekende weten te overwinnen en vloog hij vrolijk en met hernieuwde vrijheid door de kamer. Zo vrij als een vogeltje.

De deur voorbij

Zijn de mensen tegenwoordig net zo angstig als dat kanariepietje en zitten ze zo vast in deze wereld, bang voor het onbekende, dat ze echt niet verder kunnen of durven te kijken.

Ik wil voor die mensen ook dat symbolisch stukje fruit buiten deze wereld leggen en ze zo helpen hun angst te overwinnen en ze te laten zien dat er meer is, meer in het leven is dan alleen geld verdienen. Als we in plaats van concurreren nu eens gingen samenwerken. Als het gezamenlijke doel nu eens welvaart is voor iedereen ipv welvaart voor jezelf of je eigen gezin, dan zou toch iedereen het goed kunnen hebben op deze planeet.

“Geld doet niks en staat deze ontwikkeling naar welvaart alleen maar in de weg.”

Het zijn de mensen die op het veld werken, het zijn de mensen die brood bakken, het zijn de mensen die kleding maken, het zijn de mensen die medicijnen ontwikkelen en het zijn de mensen die zorgen voor technologie en niet GELD.
Geld doet niks en staat deze ontwikkeling naar welvaart alleen maar in de weg.

Er is meer dan dit

Maar ik dwaal af, weer even over dat vogeltje. Ik bedacht me later dat het misschien ook wel zielig was dat het kanariepietje, dat eerst niet beter wist, eenmaal terug bij zijn baasje weer zou worden opgesloten in zijn kooi.

Maar ik troostte mezelf met de gedachte dat als ík dat vogeltje zou zijn, ik het toch wel fijn had gevonden om te zien dat de wereld niet ophoudt te bestaan buiten te tralies, maar dat er zoveel meer is aan die andere kant en dat ik de rest van mijn gekooide leven toch even een mooi moment had om aan terug te denken.

Aan het moment dat ik mijn vleugels durfde uit te slaan en zo vrij als een vogeltje was…